Terug naar inhoudsopgave

 

Artikel 5           Waarde - Archeologie

5.1       Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, voor zover gelegen binnen het plangebied, − behalve voor de aldaar voorkomende andere bestemming(en) − mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen.

5.2       Bouwregels

Voor bouwwerken, groter dan 100 m˛, met een constructie van meer dan 0,3 meter onder het maaiveld dient een rapport te worden overlegd, zoals bepaald in artikel 40 lid 1 van de Monumentenwet. Indien uit het in lid 1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning tot bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag hieraan voorwaarden verbinden, zoals bepaald in artikel 40 lid 2 van de Monumentenwet.

5.3       Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.3.1     Verbod

Het is verboden op de voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

a.             het algemeen verstoren van de bodem dieper dan 0,3 meter;

b.            het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen;

c.             het vellen en/of rooien van diepwortelende beplantingen of bomen;

d.            het uitvoeren van grondwerk (al dan niet bouwvergunningplichtig);

e.             het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze drijven van voorwerpen in de grond;

f.             het aanbrengen van ondergrondse leidingen of andere ondergrondse constructies;

g.            het aanbrengen van diepwortelende beplantingen of bomen;

h.             het scheuren van grasland;

i.              het verlagen van het waterpeil.

5.3.2     Uitzondering op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 5.3.1 is niet van toepassing voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden:

a.             met een diepte van minder dan 0,3 meter onder het maaiveld;

b.            waarbij de bodemingreep kleiner of gelijk is aan 100 m˛;

c.             waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend;

d.            welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en waarvoor tot het van kracht worden van het plan geen omgevingsvergunning vereist was;

e.             welke betreffen het normale onderhoud, beheer en gebruik;

f.             welke noodzakelijk zijn ten behoeve van het beheer/onderhoud van de aanwezige archeologische waarden;

g.            op gronden die door het college van Burgemeester en wethouders archeologisch zijn vrijgegeven;

5.3.3     Toelaatbaarheid

De in artikel 5.3.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien:

a          de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn;

dan wel

b          voldaan wordt aan het bepaalde in het artikel algemene bouwregels, waarbij wordt aangetoond dat de betrokken archeologische waarden door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden, gericht op:

1.      het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;

2.      het doen van opgraving;

3.      het begeleiden van de activiteiten door een archeologische deskundige.

5.4       Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door:

a          de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien:

1.     uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn;

2.     het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet;

b          de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ naar ligging van de archeologische waarden te verschuiven;

c          de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ naar omvang van het terrein met archeologische waarden te vergroten of te verkleinen.